U bevindt zich hier:

Yves Leterme

CD&V-onderwijscommissarissen

Monica Van Kerrebroeck

Dirk De Cock

Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Contact

Colofon

Onderwijs voor de nieuwe generatie …

Proloog

Ik weet natuurlijk ook dat de rigide opdeling in kennis en vaardigheden eigenlijk niet opgaat. Maar an sich heb ik er geen probleem mee het debat wordt toegespitst op deze twee componenten. Het stelt de positioneringen duidelijker. Ik wil het debat ook niet laten wegzinken in een semantische discussie. Daarom dat ik mezelf hier ook aan zal bezondigen gedurende mijn betoog. Hoewel ik nu al kan verklappen dat ik me in mijn epiloog gedeeltelijk zal ik herpakken. Dus vergeef me mijn vrijpostigheid ( mijn zonden …)

Het debat beslaat een palet aan invalshoeken, facetten, aandachtspunten … Ook dat maakt het niet eenvoudiger. Het is vermoedelijk niet voor niets dat er een boek op komst is. Ik heb geen boek geschreven, wel een pamflet waarbij ik probeer de – voor mij – belangrijkste elementen uit het palet te halen. Hoe langer ik schilderde aan mijn tekst hoe moeilijker de selectie. Ik stop en eindig vandaag (31-01-2007) in een betoog in georganiseerde chaos: een rode draad met loszittende rafeltjes in blauw, groen en natuurlijk paars.

Betoog in georganiseerde chaos

De aanval op het vaardigheidsonderwijs is niet nieuw. Tegenstanders zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. Wel nieuw en verrassend is het vrije podium dat de voorbije weken werd gegeven aan de bepleiters van meer kennisgericht onderwijs. Het is zelfs zo ver gekomen dat de zogenaamde negatieve invloed van het vaardigheidsonderwijs op de kennis van jongeren of van de Vlamingen in het algemeen tot dogma is verheven bij bepaalde journalisten. Yves Desmet poneerde bijvoorbeeld stellig dat de 800.000 laaggeletterden een gevolg zijn van het vaardigheidsonderwijs. “Een belangrijke reden is dat er in het Vlaamse onderwijs te weinig aandacht wordt besteed aan goed leren lezen en schrijven. Er wordt meer nadruk gelegd op het ontwikkelen van vaardigheden dan op het verwerven van kennis.” Een korte zoektocht in het Vlaamse krantenarchief bewijst nochtans onmiddellijk het ridicule van deze visie. De Morgen titelde in 1999 al “800.000 gezinnen in Vlaanderen zijn laaggeletterd”. Ook in de jaren ’80 wordt er gesproken over 700.000 à 1 miljoen laaggeletterden. Deze artikels werden gepubliceerd toen er nog geen sprake was van het vaardigheidsonderwijs in Vlaanderen.

Het kritiekarme forum dat de voorstanders van een restauratie van het kennisgerichte model krijgen in de media, verbaast me. Op dit moment ontbreekt immers in hun discours enige serieuze bewijslast. Ik merk drie clusters van argumenten op die dienst doen als zogenaamde feiten: anekdotes, persoonlijke ervaringen en Nederlandse analyses.
Maar een beauty, die niet weet waar de toren van Pisa staat, is voor mij vooralsnog niet echt een wetenschappelijk gegeven. Alsof de voorstanders van vaardigheidsonderwijs als tegenargument zouden stellen dat de kennis inzake de Nederlandse taal is toegenomen omdat er in het Groot Dictee der Nederlandse taal dit jaar gemiddeld 31 fouten gemaakt werden en vorig jaar 33 fouten. Persoonlijke ervaringen en gevoelens van leerkrachten kunnen heus wel waarheid bevatten, maar hebben in een debat het nadeel gemakkelijk gelabeld te worden als cafépraat – of beter lerarenkamerpraat - van gefrustreerde leraren (het is de term die ze zelf gebruiken). Tenslotte zijn ook de verwijzingen naar buitenlandse voorbeelden (anekdotes en professoren) niet zonder meer overdraagbaar naar het Vlaamse onderwijs.
Afdoende bewijs dat effectief de kennis bij de Vlaamse bevolking achteruitgaat, respectief is achteruitgegaan, is dus nog niet geleverd. Men is onschuldig zolang het tegendeel niet is bewezen. Maar een beschuldigde (vaardigheidsonderwijs) zonder misdaad (kennisachteruitgang) zou pas helemaal abstract zijn. Daarom wil ik graag een oproep doen aan zowel voor- als tegenstander en iedereen daartussen, maar ook aan de media: objectiveer het debat op basis van heldere Vlaamse gegevens!

Laat me zelf een poging doen. Een mooi staaltje van hoe het niet moet, begint bij volgende anekdote: in de Franstalige versie van ‘Wie wordt multimiljonair?’ dacht 56 procent dat de zon rond de aarde draaide. De o-zon vereniging gebruikt dit als bewijs voor hun stelling “de kennis van de Vlaamse leerlingen is erbarmelijk.” Laten we dit eens vlug analyseren. Ten eerste gaat het hier om de Franstalige versie. Ik vermoed dus dat het om een Franstalig publiek gaat, waarvan de overgrote meerderheid van het onderwijs van de Franse Gemeenschap heeft genoten. Ten tweede kunnen we vermoeden dat het publiek bestaat uit 18- tot 60-jarigen of ouder. Tenzij dat de heer Hullebus weet dat de 56% die verkeerd antwoordde, exclusief is samengesteld uit 18- tot 28-jarigen en dus uit mensen die recent zijn afgestudeerd, zie ik hier geen relatie met het vaardigheidsonderwijs.
Daartegenover wil ik graag de Pisa-tests, die de Oeso bij vijftienjarigen uitvoert, plaatsen. Hieruit blijkt dat de Vlaamse leerlingen wereldkampioen wiskunde zijn en voor wetenschappen, probleemoplossend vermogen en leesvaardigheid eindigen in de top-vijf.

Voorbeeldjes en anekdotes mogen van mijn gerust het debat voeden en kleuren, maar ze moeten wel relevant zijn.

Ik kleur: het jeugdjournaal op de Nederlandse televisie illustreerde de gebrekkige kennis van spraakkunst en grammatica van Nederlandse scholieren door middel van een taaltest. Diezelfde test werd door Vlaamse leerlingen foutloos afgelegd.

En ik blijf kleuren: ik wil iedereen eens aanraden een bezoekje te brengen aan de website www.scholenbouwen.be. Onder de rubriek schoolvoorbeelden vind je de perfecte illustratie in de vorm van videofragmenten van het onzinnige om het Nederlands onderwijs (en in extensu Nederlandse professoren) als bewijslast op te voeren voor de stelling hoe slecht het wel gaat in Vlaanderen.

Ik wil dus meegaan in een breed, open en kleurrijk debat. Dit lijkt me zelfs noodzakelijk. Maar een conditio sine qua non is voor mij intellectuele eerlijkheid.

Ik wil ook naar mij collegae politici een oproep doen. De grote media-aandacht zorgt voor een bevestigend en een versterkend gevoel aan de zijde van de kennispredikers. Dit werkt erg polariserend. Dat 80% tot 90 % van de leerkrachten achter de o-zonbeweging zou staan, is zwaar overdreven. (Ook dat wordt als waarheid verkondigd in kranten en op TV.) Een vlugge – zelf uitgevoerde - steekproef bij een tiental leerkrachten toont een meerderheid aan genuanceerde standpunten. Er is natuurlijk wel een percentage leerkrachten dat ontevreden is over recente onderwijsontwikkelingen, al dan niet terecht, dat wil ik in het midden laten.
Maar op dit moment krijgen ze weinig gehoor op beleidsniveau. Het uitblijven van een debat in het Vlaams parlement is in deze echter geen moedwilligheid, maar een gevolg van de eensgezindheid dat een terugkeer naar kennisonderwijs geen optie is. Ik maak me zorgen over – jawel – die zeldzame eensgezindheid over de partijgrenzen heen. (Enkel Vlaams Belang flirt dan wel dan weer niet met de beweging tegen de zogenaamde “ontscholers”.) De problematiek ligt in het scherpe contrast tussen de positieve media-aandacht voor de kennislobby en het ontbreken van dit geluid in het Vlaams parlement. Er wordt in de kringen van de kennisliefhebbers al gesproken over doofpotscenario’s (zo zou bijv. het magazine Klasse hen bewust verzwijgen). De complottheorieën zijn niet meer veraf. We moeten vermijden dat een clubje activisten na verloop van tijd met een bepaald negativisme blijft poken in het onderwijswereldje. Zij voelen zich al tekort gedaan door ‘de overheid’. Het uitblijven van een debat zal dit gevoel alleen maar versterken. De minister en de onderwijscommissarissen moeten daarom met open vizier het debat durven aangaan en verder op gang trekken. Daarom ook deze reactie van mijn hand.

Epiloog

Welke positie neem ikzelf in, in het debat? Je kan dit natuurlijk al tussen de lijnen door lezen, maar zelfs een pamflet verdient een besluit. Ik wil pleiten voor realiteitszin. We moeten rekening houden met de context en de (technologische) maatschappij waarin we leven en kinderen klaar maken voor die maatschappij. Didactiek zal steeds te maken krijgen met een samenspel tussen vaardigheids- en kennisonderwijs, maar hoe de verhoudingen liggen, zal en moet steeds een boeiende discussie blijven zolang we in een progressieve samenleving leven. De noden van de nieuwe generatie moeten die discussie voeden.
In Vlaanderen staat de weegschaal volgens mij op dit moment goed in balans, de grote autonomie van de scholen en de inzet van het onderwijzende personeel zijn hier niet vreemd aan. Zij die voor de klas staan (en dat mag van mij letterlijk fysiek zijn), houden de vinger aan de pols. Misschien moeten ze af en toe dit nog meer durven doen. Heb dus geen vrees voor onbestaande 40/60-wetten. Heb ook geen schrik voor ‘dé inspectie’. Houd hierbij het schitterend rapport voor ogen (= Het Vlaamse onderwijs is zeer goed, wat we grotendeels te danken hebben aan de sterke inzet van onze leraars) dat onze leerkrachten en scholen recent hebben gekregen en dat door heel Vlaanderen is opgemerkt. Laten we dus stoppen met polariseren en onze energie in de echte problemen steken. Samen moeten we strijden voor het wegwerken van de groeiende ongelijkheid in onze samenleving. We moeten de zwakkeren meekrijgen in onze kennis- en kunderegio! Daar ligt de uitdaging voor ons onderwijs en voor ons gemotiveerd lerarenkorps.

Dirk De Cock
spiritcommissaris Onderwijs

PS: Een – voorlopig – laatste kleursel: ik heb in Knack gelezen dat de heer Hullebus steun wil zoeken bij het bedrijfsleven. Ik wens hem daarom graag te wijzen op de resultaten van een enquête afgenomen bij Vlaamse ondernemers door Agoria Vlaanderen gepubliceerd eind 2006. Eén van de conclusies past perfect in heel deze discussie. Ik citeer Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen: “De ondernemers van nu vinden dat de zogenaamde soft skills bij toekomstige werknemers aan belang moeten winnen. Creativiteit, bijvoorbeeld. Kennis blijft wél primordiaal. Twee plus twee is vier, maar creatieve denkers weten dat de uitkomst in de praktijk soms 4,5 wordt. Het probleem hier is dat het huidige onderwijssysteem helemaal niet afgestemd raakt op die trend. Creativiteit wordt zelfs al afgeblokt bij kleuters, om hen klaar te stomen voor een schools na-aapsysteem. Scholieren worden vervolgens volgepropt met kennis. Kennis die al na één jaar verouderd is. Het hele onderwijssysteem zou omgegooid moeten worden om beter te kunnen inspelen op de toekomstige arbeidsmarkt. Een gigantische opdracht, maar je moet er ééns mee beginnen.”