U bevindt zich hier:

Proefdruk manifest

Ontscholing

Oproep Marc Hullebus

Indicatoren

Prof. Jaap Dronkers

Ontscholingsdiscours

Getuigenissen

Enkele reacties

Minister Vandenbroucke

Debat in 'KLASSE'

Ontscholer Laevers

Reactie van neerlandici

Talenplan

Nederlands Planbureau

Prof. Wim Rietdijk

Karl Dittrich

Minimale leiding

Telling lessons

Beter Onderwijs Nederland

Franse Refondation-ecole

Laevers & CEGO

Oproep politici

Taaldossiers onderwijskrant

O-zonberichten

Inclusie-petitie

O-zon manifest

Onderwijskrant 151

Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Contact

Colofon

Een greep uit de reacties aan Marc Hullebus

Samenstelling: Marc Hullebus


Vooraf

Marc Hullebus was voor Onderwijskrant tot voor kort een nobele onbekende. Via zijn oproep van 29 november leerden we hem kennen. We vroegen hem om enkele van de honderden ontvangen reacties op zijn oproep te bundelen. Het inventariseren en beluisteren van het verhaal van leerkrachten lijkt ons heel belangrijk. Verplichte lectuur ook voor beleidsverantwoordelijken. De meeste ‘persoonlijke getuigenissen’ beginnen met ‘dag collega’ of iets dergelijks en eindigen met ‘veel succes met je actie en beste groeten’; we laten die formules hier weg.

Enkele reacties

*Ik ben ontroerd. Eindelijk komt er een tegenstroom op gang. Het vreselijke begrip 'vaardigheid' wordt in een context geplaatst. Bij de opening van het jaarlijks congres in Den Haag van de sector 'kunsteducatie' heb ik ook een uitgebreid pleidooi gehouden voor meer en betere lessen in taal- en geschiedenis. Deze vakken moeten opgenomen worden in het charter 'van de rechten van de mens'. Iedereen heeft recht op die 'kennis'. Elk kind moet beide vakken op een goede manier onderricht krijgen. Geschiedenis is de basis, je moet als mens weten waar je vandaan komt. Zonder dat besef besta je niet. Taal is het voertuig van al onze gedachten. We moeten de nuances kennen om goed te kunnen communiceren. Beide vakken vormen het fundament van wat wij 'beschaving' noemen. Nu kweken we robotten. Mensen die met hun 'vaardigheden' eventjes meekunnen op de respectieve werkvloeren en verder als Beotiërs door het leven gaan. Kennis wordt vervangen door kunnen. Dit zal ons zuur opbreken. Ik ben blij met uw eenmansactie. Weet dat er nog meer mensen bereid zijn om met alle kracht aan de kar te trekken.” Kurt Van Eeghem

*100% eens met u en uw analyse (de aanbevelingen moeten wel nog verfijnd worden). Oprecht felicitaties met uw actie, en zeer veel succes toegewenst. Ik hoop echt dat u wat kan veranderen.
Tom Van Dyck, Visiting Researcher Harvard Law SchoolMember of the New York and Brussels Bar
*Proficiat! Hou vol! Jacques Merchiers, Lector aardrijkskunde, Departement Lerarenopleiding
Hogeschool Gent.

*Zelf ben ik 50, sta 28 jaar voor de klas. Ik was indertijd pedagogisch begeleider, en kon het niet meer aanzien: ik moest daar pleiten voor een vaardigheidsonderwijs. Ik ben teruggekeerd naar de klas, daar kan ik tenminste nog iets doén. Maar die 60/40 verhouding is er uiteraard teveel aan. Voor de rest: indien ik je praktisch kan steunen, ik ben 100% gemotiveerd om op de kar te springen, en ik heb geen schrik om mijn stem te laten horen. Ik ga ervan uit dat het mensen zijn zoals jij en ik, benoemd en met een degelijke staat van dienst, die zonder gevaar een ernstige stem kunnen laten horen. Het wordt inderdaad hoog tijd dat het kennisniveau van de leerlingen wordt herbekeken: waar zijn ze (we?) in godsnaam mee bezig. Marc Van de Walle, De Pinte; Lic. Germ. Fil. en leraar Ned. en Engels

*Ik waardeer ten zeerste uw inzet ter verbetering van het secundair onderwijs in Vlaanderen. De achteruitgang, niet alleen op vlak van kennis maar juist ook op vlak van een aantal fundamentele vaardigheden bij 1ste ba.-studenten zijn ook de universiteit Gent niet ontgaan. Momenteel doen wij als studietrajectbegeleiders een overkoepelende interfacultaire bevraging van 1ste ba-lesgevers naar deze tekorten. Wat ons uiteraard nog meer interesseert zijn de oorzaken hiervan. N.a.v. de weerklank van uw actie in de pers (o.a. De Morgen) las ik ook een interessant document van prof. Decoo terzake, die hierin een aantal bedenkingen formuleert bij leerplannen taalonderwijs. Deze tekst bevestigt voorlopig alleen maar mijn vermoeden van een post-modernistische, ideologische en onwetenschappelijke benadering van de problematiek bij de verantwoordelijken voor de leerplannen. Ik had ook graag geweten hoe deze commissies samengesteld zijn en wie hierin zetelt. Ik had in elk geval ook graag kennis genomen van uw zevenbladige bijdrage rond de problematiek, waarin u zowel oorzaken duidt als mogelijke oplossingen voorstelt. Dank bij voorbaat ! Luc Van Steenkiste, Studietrajectbegeleider Faculteit Psy. en Pedag. Wet. UGent

* Het is inderdaad een algemene tendens om leerlingen steeds meer ‘ervaringsgericht’ onderwijs te geven en dan nog liefst zonder hen al te veel van buiten te laten leren. Kennis wordt vaak ten onrechte aan de kant geschoven ten gunste van vaardigheden. Zelf heb ik in het vierde en vijfde jaar één uurtje Duits gekregen. De voornaamste doelstelling van ons handboek was de leerlingen zo veel mogelijk teksten te laten lezen, waarna de kennis wel vanzelf zou volgen. Ronduit belachelijk, als u het mij vraagt. Natuurlijk zijn vaardigheden, zeker voor een taal, zeer belangrijk, maar ze hebben volgens mij pas hun maximale uitwerking wanneer ze gebaseerd zijn op een degelijke theoretische kennis. Het gaat zelfs zo ver dat leerkrachten Latijn in onze school klagen dat ze in het eerste jaar moeten beginnen met zinsontleding, in het Nederlands welteverstaan. Bovendien blijken de leerlingen die niet voor Latijn kiezen, maar achteraf in een richting Moderne Talen wel drie uur Duits krijgen, niet eens te weten wat een lijdend of meewerkend voorwerp is. Leg hen dan als leerkracht maar eens uit in welke naamval ze dit zinsdeel moeten zetten. Bovendien is het toch wel tekenend dat meer en meer leerlingen zélf beginnen pleiten voor meer 'echte' leerstof. In mijn klas is iedereen het er unaniem over eens dat de huidige onderwijsmethodes zeker geen wondermiddelen zijn. Het is een positief verschijnsel dat leerlingen geen nutteloze leerstof meer moeten studeren, zoals vijftig jaar geleden misschien wel het geval was, maar nu helt de weegschaal een beetje te veel over naar de andere kant. Hoog tijd om ze terug in evenwicht te brengen! Ik ben in elk geval heel blij dat u dit probleem klaar en duidelijk onder de aandacht gebracht heb en wens u veel succes met uw pleidooi voor meer kennisgericht onderwijs. Ruben Noëth, leerling zesde jaar Grieks-Wiskunde

* Wij, Trudo Dejonghe tot 2001 leraar aardrijkskunde/economie in hoogste graad KA Mariakerke en tegenwoordig docent internationale economie/economie/micro economie en sporteconomie aan Lessius Hogeschool (handelswetenschappen) & VUB en Ann Poelman (lerares fysica/aardrijkskunde/chemie in de hoogste graad aan het VISO te Gent) steunen je volledig. In "mijnen tijd" toen ik nog les gaf op het atheneum werd ik als moeilijk beschouwd daar ze van mij een hele resem feiten moesten kennen (landen, hoofdsteden, politieke leiders, economische gegevens, actualiteit,...). Bij doorlichting kwam er altijd een of andere pedagoog mij vertellen dat ze toch alles konden opzoeken... Ik verdedigde mij met de stelling dat men eerst een "kapstok" moest hebben om latere opgedane kennis of vaardigheden te kunnen aan ophangen. Momenteel merk ik in vele scholen dat er een soort terugkeer naar feitenkennis is (in de wetenschappelijke vakken) maar als ik de cursus Nederlands van mijn zonen zie ... gedichten, tekstje schrijven,... maar woordenschat o nee dat is teveel gevraagd. Als docent en begeleider van eindverhandelingen merk ik duidelijk de gevolgen. Persoonlijk ben ik zelf woordblind (wel een lichte vorm, maar teksten schrijven was/is een vaardigheid waar ik nooit in zal uitmunten maar door oefening is het toch al iets verbeterd . De vaardigheidsziekte komt overgewaaid uit Nederland en daar zien ze nu de gevolgen. Studenten kennen niets want ze moeten enkel maar een paper schrijven of een tekstje becommentariëren. Het probleem is dat er volgens mij teveel pedagogen en andere goochelaars afstuderen en deze worden massaal gedropt in ons onderwijssysteem waar ze hun wereldvreemde en utopische visies aan ons opleggen. Ik vergelijk het bij mijn studenten (die nu ook veel kennis moeten hebben want veel vragen op het examen betreffen het becommentariëren van actuele problemen maar dan wel teruggekoppeld aan de gestudeerde theorieën) met het communisme. In theorie een mooi systeem iedereen gelijk en iedereen zet zich in maar in werkelijkheid een ramp want de mens is intrinsiek lui en zal niets of zo weinig mogelijk doen. In het onderwijs is dit hetzelfde de goede studenten slagen in om het even welk systeem maar de andere moet je goed en strikt begeleiden of ze verdwalen. Ik heb het artikel doorgestuurd naar collega's.

*Beroepshalve werk ik 1/2 tijds in het onderwijs (Biologie, derde graad SO) en 1/2 tijds op de dienst Ontwikkelingssamenwerking (project voor mondiale vorming in scholen te stimuleren). In het onderwijs stel ik vast dat ik steeds minder mag eisen van mijn leerlingen, nochtans ik blijf het belangrijk vinden dat leerlingen parate kennis bezitten en daar zit het nu helemaal fout. Ik heb via mijn andere job vorming moeten geven aan de studenten van de lerarenopleiding (laatste jaars kleuterleidsters): ik viel van mijn stoel af van verbazing over wat ze maar kennen. Vraagjes zoals: in welk continent ligt Mali? antwoord: onbekend. Duid Afrika aan op de wereldkaart. ze wezen Zuid-Amerika aan. Duid België aan op de wereldkaart: ze gingen zoeken in Azië! Hoeveel mensen leven er op aarde ? 40 miljard, nee 100 miljard, is da te veel, dan 10 miljard en maar gokken tot ze aan het juiste aantal waren! Hoeveel % van de wereldbevolking zijn vrouwen? Hoe kunt ge nu zoiets weten! Hoeveel landen zijn er op der wereld? 1000, is da té veel?; dan minder zekers?! en nog vele andere blunders!!! Het lijkt grappig, maar ik vind dat intriest omdat iedereen wenst dat zijn eigen kind goed onderwijs krijgt MAAR tezelfdertijd verwaarlozen we het onderwijs zo erg en leveren we kleuterleidsters, onderwijzers af die geen algemene kennis meer bezitten. De nieuwe lading leerkachten kent alleen het eigen gelimiteerd vakdomeintje dat in de meeste gevallen zéér beperkt is en op die manier zal de zo geroemde kwaliteit van het Belgisch onderwijs héél snel achteruit gaan. PS: In Nederland is er een studie verricht om aan te tonen dat de parate kennis van lln zienderogen achteruit gaat, en dat daar dringend iets moet aan gaan gebeuren. Moeten we in België echt wachten om tot dezelfde resultaten te komen

of gaan we er vandaag iets aan veranderen? Vriendelijke groeten en succes, Mieke Van Meulder

*Met dit berichtje wil ik u alvast een hart onder de riem steken. Ik vind het ontzettend moedig van u om eindelijk voor het grote publiek te verwoorden wat binnenkamers heel sterk leeft bij het onderwijzend personeel op de werkvloer. Ik heb aan de lijve ondervonden dat dit onderwerp tegenover inspectie en andere instanties niet makkelijk aan te kaarten is. Ik wens u alvast heel veel succes, moed en doorzettingsvermogen. Ook in het lager onderwijs, waar ik les geef, worden we geconfronteerd met een schrikwekkende niveauverlaging. Daartegenover staat dat de leerkrachten, ondermeer door de mensen van de pedagogische begeleiding, worden overrompeld met de meest onzinnige taken. Maar uit eigen lijfbehoud wordt er gezwegen. Iedereen weet dat wie kritiek publiekelijk durft te uiten, meteen het etiket "niet gemotiveerd" krijgt opgekleefd. Martin Baert, onderwijzer, Gemeenteschool Deerlijk

.

*Eindelijk is er iemand die de mening van duizenden (taal)leerkrachten durft te vertolken. Je hebt gelijk: het gewicht van de vaardigheden (bij ons 60% van de puntenkorf in de tweede graad en zelfs 75% in de derde graad) is buiten alle proporties. Bovendien brengen ze een pak corrigeerwerk met zich, waardoor het familiaal en sociaal leven van een voltijdse taalleerkracht stevig in het gedrang komt. Laat die pedagoochelaars in Brussel en zeker de betweters van ‘het busje’ (ze komen trouwens bij ons in januari) maar eens een poepje ruiken. Ook ik ben van plan hen eens mijn ongezouten mening te verkondigen. Ik ben al dat gezeik zo beu als koude pap. XY, Leraar Nederlands en Engels.

*Eindelijk durft iemand zeggen wat al jaren fout loopt in het onderwijs. Directie en vakbonden heulen mee met de meute uit Brussel, die het allemaal veel beter weten. Zelf hebben ze meestal met moeite voor de klas gestaan. Maar er is veel meer: geld voor al de opgelegde projecten is er niet, schoolgebouwen staan op instorten, het gedrag van de leerlingen loopt de spuigaten uit, ouders verdedigen hun kinderen en de leerkrachten ... zij staan erbij. Velen durven hun mond niet open te doen. Wanneer komen we op straat zoals de witte woede? A. De Vijlder, Leerkracht uit Oostende

*Na dit schooljaar begin ik aan mijn laatste jaar in het ASO-onderwijs en ga dan op mijn zestigste met pensioen na 38 jaar aardrijkskunde onderricht te hebben. Ik stel vast dat laatstejaars nu het middelbaar onderwijs verlaten zonder een zicht te hebben op hun wereld. Amper 5 % van deze adolescenten kunnen de landen van de EU op kaart situeren, laat staan dat ze deze landen al uit hun hoofd zouden kennen. De kennis omtrent de ligging van andere landen in hun continenten, hun hoofdsteden, grootsteden bergketens en rivierstelsels is volledig verwaterd. Als ik met leerlingen naar Barcelona reis zijn er altijd bij die verwonderd zijn dat de bus dan doorheen Frankrijk rijdt. Excursies in de onmiddellijke omgeving van de school levert al evenveel verrassende resultaten op. Als je nog pogingen onderneemt om deze kennis toch nog op een of andere manier de leerlingen bij te brengen, word je door hen onmiddellijk terug gefloten met opmerkingen in de aard van 'wat heb je daar nu aan, daar zijn toch atlassen voor, ik gebruik een GPS om overal te komen'. Voor zichzelf weigeren ze om daar tijd aan te spenderen en ze blokken deze zaken dus niet. Onlangs gedane toetsen van dergelijke leerstof van het 3 jaar levert klasgemiddelden op waarmee je best niet naar buiten komt. Als je toch voet bij stek houdt krijg je vaak ouders en ook collega's over je heen dat je toch maar een vak geeft van één lesuur in de week, maar ook leerlingen uiten dit vlakaf, assertief als ze tegenwoordig zijn. Je kan toch niet gebuisd worden voor een dergelijk vak, waarom dan nog moeite doen. Als we met het onderwijs niet omschakelen worden meer en meer hoofden zo leeg dat het heel moeilijk gaat worden om nog over bepaalde onderwerpen te praten. Ze zijn te erg gefocust op hun leefwereld waar ze 100% voor gaan. - Paul De Haes, leraar Aardrijkskunde

*Eindelijk nog eens iemand met gezond verstand! Urenlange discussies heb ik hierover al gevoerd, zowel met collega's als inspecteurs. Het enige antwoord was dat ik te conservatief was en te ver sta van de ‘leefwereld van de leerlingen’. Altijd een bizar antwoord gevonden, want de oud-leerlingen lopen, bij manier van spreken, mijn deur plat. Zo erg zal het dan ook niet zijn. Ik heb het trouwens altijd raar gevonden dat leerlingen zelf moeten leren denken, maar dat de bouwstenen voor dat denken (kennis) overbodig zouden zijn. Misschien eens een kok vragen om te koken zonder ingrediënten. Niet echt smakelijk, maar wel modern. Het artikel in De Morgen geeft, hopelijk, de juiste teneur aan van uw actie. Ik had wel graag uw volledige tekst gelezen. Zou u dan ook de volledige tekst van je oproep eens kunnen doorsturen? Dirk Leyers, leraar Geschiedenis, Esthetica

*Zelf ben ik geen leerkracht, maar wel ooit - in de jaren tachtig- als leerkracht opgeleid. Dat gebeurde in Nederland, en het gebeurde in een tijd dat ik mijzelf als leerling van de Nederlandse HAVO al meer en meer het ‘slachtoffer’ begon te voelen van de didactische principes van onderwijskundigen die de zegeningen van mei ‘68 nogal overdreven. Als middelbaar scholier had ik tegen dat alles geen verweer (zoals velen was ik op die leeftijd meer bezig met hormonale kwesties, vrees ik), maar eenmaal student aan een Nieuwe Leraren Opleiding (= regentaat) - en toen, net als nu nog steeds, van een politiek gesproken linkse signatuur - vond ik wat toen ‘functioneel onderwijs’ heette doorschieten naar een laisser-faire, terwijl het ‘democratisch leraarschap’ dat ons bij colleges onderwijskunde nogal autoritair werd opgedrongen, niet in vraag gesteld mocht worden. Dat weerhield me niet, maar dergelijke, door mij docenten onmiddellijk als politiek ‘rechts’ uitgelegde praatjes bemoeilijkte wel mijn afstuderen destijds (in 1984 alweer). Dit alles niet om nog eens een klaagzang aan te heffen over wat ik zelf de vernietiging van het Nederlandse onderwijs noem (al maak ik me zorgen over de verhalen waarmee mijn (Vlaamse) vrouw, leerkracht Latijn, van studiedagen komt, alwaar men het blijkbaar maar niet kan afleren om naar Nederland te kijken als het grote voorbeeld en derhalve serieus over rampen als ‘het studiehuis’ schijnt te debatteren). Hoogstens kan ik vanuit mijn Nederlandse achtergrond zeggen dat Vlaamse leerlingen mij nog steeds een wonder van eruditie en intelligentie lijken vergeleken bij de gemiddelde Nederlandse leerling. Die is alleen ‘mondig’... Het gaat er maar om dat, ondanks het feit dat ik niet in het onderwijs ben beland (ik kwam terecht in de wereld van de literatuur), ik me altijd ben blijven interesseren voor ontwikkelingen binnen het onderwijs. Ik zou daarom ook graag uw volledige oproep eens willen lezen. Marc Reugebrink

*Ik ben namelijk erg verheugd dat er eindelijk iemand deze problematiek aan de kaak stelt en voel mij zo vrij om hieromtrent mijn eigen ervaringen en bedenkingen te communiceren. Als stagiair gedrags- en cultuurwetenschappen werd mij destijds tijdens de opleiding de interactieve methode aangeleerd. De leerlingen moeten ‘zelf de leerstof ontdekken', zoveel mogelijk hun kennis, opvattingen over het centrale thema uiten. De leerkracht moet dan enkele relevante elementen uit die inbreng distilleren. In de praktijk lukt dit echter niet goed. De antwoorden van de leerlingen, als die er al zijn, zijn immers uitermate fragmentarisch en gedecontextualiseerd. Ze hebben wel wat kennis maar het ontbreekt hen aan het noodzakelijke inzicht. Toen ik als stagiair meer dan 10 minuten durfde te doceren, zonder interactie dus, werd ik al meteen door mentor én prof op de vingers getikt. De leerlingen moeten volgens hen immers zelf zo veel mogelijk zelf hun mening geven en zaken vertellen uit hún belevingswereld (alsof de leerkracht het niet beter weet). Probleem is echter dat die eigen mening per definitie niet interessant kan zijn, en dat kunnen we de leerlingen zeker niet kwalijk nemen. Die mening is namelijk niet geënt op de noodzakelijke basis theorie, ze is niet gefundeerd, maar berust op drijfzand. Voor vakken als cultuurwetenschappen ed. is het belangrijk dat de leerling in zijn hoofd een kapstok heeft van de belangrijke concepten, tijdsperiodes, auteurs etc. Als die leerling dit niet beheerst en nadien toch gevraagd wordt om creatief te zijn en zijn mening te uiten, praat hij in het ijle. Het begrippenapparaat is immers niet in zijn hoofd genesteld. Laten we ook de eerder stille leerlingen niet vergeten. Die worden voortdurend aangespoord om zich te uiten. Zij hebben echter wel het recht om introvert te zijn, lijkt mij. Wat de testen betreft, wordt bij de interactieve methode vooral gepeild naar het vermogen van de leerlingen om zelf illustraties te geven bij de verschillende termen (definities zijn immers een vies woord geworden). Bij de verbetering is het dan voor de leerkracht moeilijk om die antwoorden op een objectieve manier te corrigeren. Allerlei klachten van de mondige leerlingen en ouders zijn hiervan het gevolg. Het gaat er mij eigenlijk over dat er tegenwoordig een enorme afkeer is van het woord 'theorie' en dat de woorden 'praktijk', 'concreet' en 'nieuwe media' verheerlijkt worden. Onzin, als je het mij vraagt. Ik heb als interim leerkracht bijvoorbeeld nog lessen gegeven over de filosofie van Karl Marx aan leerlingen van 6 en 7 Kantoor (bso!). Zonder filmpjes of powerpoint, gewoon met handen en voeten uitgelegd aan het bord. U kan gerust zijn, de meeste leerlingen waren erg geïnteresseerd. Ze scoorden zelf hoge punten op de test nadien. O wee, als de pedagogen uit Brussel dit zouden horen. Toch ben ik zeker geen voorstander van het 'dril'onderwijs van vroeger. Zoals met zoveel dingen, moeten we ook hier de kerk in het midden houden. Laten we ook niet vergeten dat een interactieve lesmethode een goed middel kan zijn om de inzet en de tucht te bevorderen (of om de stem van de leerkracht te sparen). Ik hoop dat we in Vlaanderen, mede dankzij uw actie, massaal inzien dat we onze onderwijsvisie moeten bijsturen om Nederlandse toestanden te vermijden. Ik geloof dat éne Pim Fortuyn daar werd verkozen als Beste Nederlander. Dit zegt genoeg over het historische besef van de gemiddelde Nederlandse scholier. Siegfried

*Als leerkracht Latijn ben ik ook heel vaak gefrustreerd over de gebrekkige grammaticakennis die de leerlingen hebben. In het eerste jaar moet ik heel wat van mijn lessen besteden aan de Nederlandse grammatica voor ik met mijn Latijnse lessen kan beginnen. Bovendien moet ik me dan nog aanpassen aan de termen die in de lessen Nederlands gebruikt worden en die door hun onduidelijkheid vaak voor heel wat verwarring zorgen. Ik sta dus volledig achter uw actie en zou graag op de hoogte gehouden worden van verdere initiatieven.

*Ik heb de mail waarover De Morgen het vandaag heeft, nog niet ontvangen, - en zou hem dus graag krijgen - maar ik kan wel in grote lijnen het eens zijn met de stelling in het artikel van De Morgen, dat er basiskennis nodig is om tegelijk aan vaardigheden te kunnen werken. Vooral de invalshoek van de benadeling van de sociaal zwakkere leerlingen vind ik zeer belangrijk. Ik wil even je aandacht vestigen op het volgende. In het Nederlandse tijdschrift "Bij de Les", Magazine voor leerlingenbegeleiding en schooldecanaat (dat doorgaans erg positief staat tgo. het zgn; ‘nieuwe leren’), stond in het nummer van juni 2006 een boeiend artikel: ‘Hersenen jongeren niet klaar voor het nieuwe leren’.Jolles verdedigt de stelling dat hersenen van jonge mensen nog niet klaar zijn voor vaardigheden als zelfstandig werken, plannen, organiseren en structuur aanbrengen en voor de evaluatie van het eigen gedrag en de mening van anderen (http://www.nvs-nvl.nl/sites/index.asp). Pros Vandebroek, coördinator leerlingenbegeleiding Sint-Jozefscollege Aarschot

*Zelf geef ik al 35 jaar Frans in een ASO school. Wat sedert enkele jaren alleen nog belang heeft is de vorm (leuke werkvormen) en de evaluatie (allerlei gesofisticeerde systemen). Wat geen enkel belang meer heeft is de inhoud. Een leraar die nog een inhoudelijke les geeft voor de klas, wordt ter plekke gefusilleerd door de doorlichting. Hoewel de leerlingen zelf vragende partij voor inhoudelijke lessen zijn (‘leg ons dat nu eens goed uit, mijnheer...’). Een waardevolle literaire tekst krijgt hetzelfde statuut als een tekst over hamburgers. Hoewel de leerlingen ook weer geen vragende partij voor dit laatste soort lessen. En dan wil ik het nog niet eens hebben over rol van de leraar als "overbrenger van waarden". Het standpunt van de verlichte pedagogen is immers dat dit geen taak is voor het onderwijs en dat de leerlingen dat zelf wel zullen uitzoeken. Op basis van wat dan wel? Van de reclame...? Stel u in hun plaats : zij krijgen enkel nog voer dat "aansluit bij hun leefwereld". Als ik in hun plaats was, dan zou ik dat na een tijdje kotsbeu zijn. Het onderwijs werkt enkel nog zelfbevestigend voor de leerling (de leerling heeft steeds gelijk) en opvoeding (kennis - waarden) heeft geen enkel belang meer. Vaardigheden, allemaal goed en wel. Ik besteed er ook heel wat aandacht aan, maar eerst moet je kennis verwerven vooraleer je vaardig kunt worden in iets. Je kan toch niet vaardig worden in niets! Conclusie : *Ik vrees dat we een generatie leerlingen aan het afleveren zijn "zonder enige inhoud" zowel wat kennis betreft als waarden. *Enkel het formele heeft nog waarde, het inhoudelijke niet. Op dat vlak speelt de doorlichting een zeer nefaste rol. Men is enkel in het formele geïnteresseerd en alles wat inhoudelijk waardevol is, wordt verketterd. Haal het onderwijs terug uit de handen van de pedagogen die er hun experimentele speeltuin van hebben gemaakt en geef het terug aan de specialisten. Leid toekomstige leraars en leraressen op, niet alleen tot vaardige didactici, maar ook tot overbrengers van leerinhouden, kennis en waarden. Maar ik vrees dat het daarvoor nu al te laat is, omdat de nieuwe generatie leerkrachten geschoold is om enkel nog "vormelijk leuk" maar "inhoudsloos" onderwijs te geven. Leo Derynck, Assebroek

*Zelf klaag ik de ontwikkeling naar inhoudloosheid al meer dan tien jaren aan, zowel op school als in de pers of direct bij de bevoegde minister. Jouw actie krijgt duidelijk meer weerklank en hopelijk blijft het niet bij 'klank'. Wat we zouden moeten lanceren als boodschap is te vatten in deze slogan: 'kennis is fun'. Dit zou in alle schoollokalen mogen uitgehangen worden. Ieder individu beleeft er plezier aan iets te weten en te kunnen; de collega's die wij het meest waarderen zijn zij aan wie we kunnen vragen wat we zelf niet weten; kennisspelletjes op tv of in quizclubs blijven talloze kijkers en deelnemers boeien, ongeacht het feit of deze kennis relevant is of niet. Daarnaast is het absoluut onontbeerlijk dat de leerlingen worden voorbereid op de totaliteit van het leven en wegwijs worden gemaakt in de maatschappij, in de overvloed aan boodschappen die op hen afkomen.
Bovendien is het fundamenteel onjuist dat vaardigheden op zichzelf staan. Hoe kan men verwachten dat leerlingen correct spellen als zij het verschil niet meer inzien tussen een vervoegd werkwoord en een voltooid deelwoord; hoe kunnen zij Duits leren als zij niet weten wat een voorzetsel is, een lijdend of meewerkend voorwerp? Nochtans is het ons taalleerkrachten verboden om nog op een 'systematische manier' aan spraakkunstonderwijs te doen. Het zijn verder toch vooral de mensen die iets mee te delen hebben die vlot kunnen spreken (wat iets anders is dan babbelen, uit de nek kletsen) of schrijven, en omgekeerd: om de anderen te begrijpen, al lezend of al luisterend, heb je toch woordenschat nodig en een referentiekader? Hoe vaak heb ik als leraar Nederlands niet moeten vaststellen dat zelfs mijn leerlingen uit het aso een informatief krantenartikel niet begrepen, laat staan een editoriaal met politieke referenties? Hoe kun je aan een zinvol literatuuronderwijs doen zonder de auteur te kaderen in zijn tijd en wat weten de leerlingen dan over die tijd?

De nieuwe rage ziet de leraar als een coach die de leerlingen de opdracht geeft om de informatie zelf op te zoeken, onder meer op het internet. Dit is gewoon het probleem verschuiven. De ervaring leert dat zelfs onze aso-leerlingen wel teksten kunnen downloaden, maar ze duiden en correct inlassen in hun eigen teksten, dat is andere koek. Dat brengt ons terug tot het bovenstaande: woordenschat en referentiekader.
Kennis is een accumulatief proces: zonder een brede basiskennis kan men onmogelijk een eigen kennis opbouwen: om te vinden moet men in de eerste plaats weten wat men zoekt - tenzij men gelooft in serenpediteit natuurlijk.

Ik ben onder andere vanwege deze didactische rage van 'vaardigheden voortijdig gestopt met lesgeven. De rage valt samen met een nooit eerder meegemaakte bemoeizucht: de taalleerkracht bijvoorbeeld krijgt nu voorgeschreven hoe hij of zij examenvragen moet opstellen, de punten verdelen, voor (of liever: juist niet voor) de klas moet staan etc. In het licht ook van de aankomende evaluaties is dit zeer bedreigend: leerkrachten die niet meegaan in deze dwaasheid riskeren een negatieve beoordeling. Het meest ongelooflijke aan de huidige rage is dat reeds vele jaren vanuit Nederland, waar een gelijkaardige ontwikkeling veel vroeger werd ingezet, ons berichten bereiken - onder meer in de vorm van debatten op de Nederlandse tv-zenders met al de betrokken partijen - over de rampzalige gevolgen: het peil inzake kennis en kunde bij de afgestudeerden aan het secundair onderwijs heeft daar een historisch dieptepunt bereikt. Toch gaat men hier in Vlaanderen koppig en vooral opdringerig door. Ik kan me niet voorstellen dat een ontwikkeld man als onze huidige minister van onderwijs hiermee akkoord gaat: wie zijn dan wel de snuiters die voor deze waanzin verantwoordelijk zijn. Het is een zwaar woord maar naar mijn smaak gaat het hier om regelrechte decadentie. Staf de Wilde, De Haan.

* Wat u aanhaalt is inderdaad een oud zeer! Ik sta al 38 jaar in het lager onderwijs en nog steeds ergert het me te moeten toekijken hoe ondanks al het werk en de inspanningen we zo weinig vooruitgang boeken. Alle kinderen en zeker ook de minderbegaafden en kansarmen hebben nood aan structuur ,aan basiskennis. Veel te vroeg worden zaken aangebracht waar kinderen (kleuters) nog niet aan toe zijn. Veel eenvoudige en vanzelfsprekende zaken heeft men nodeloos ingewikkeld gemaakt . Resultaat: na 10 jaar onderwijs hebben ze o.a. dat van die t,d,dt nog altijd niet door. .Zelfs sommige leerkrachten twijfelen er nog aan! Ik heb altijd geprobeerd een gulden middenweg te zoeken....in afwachting dat er mensen zoals U de moed hebben om het loud en clear te verkondigen Hopelijk geraakt uw kreet tot in de "hogere regionen"en doen ze er wat aan.

*Wij krijgen deze week doorlichting en hadden als leerkrachten Engels het genoegen bezoek te krijgen. Een eerste opmerking ging al over speaking, writing en ICT, hoe dat allemaal geëvalueerd wordt en wanneer dat we dat doen. Een volgende opmerking over de verhouding 50/50 kennis, vaardigheden die we met een aantal leerkrachten toch hanteren als stil protest tegen 40/60. Ik wist toch dat het al jaren niet meer kon, 1 !! grammaticavraag op het examen kon toch niet (al lang achterhaald, dat weet u toch wel mevrouw) met de reactie : zo'n vraag stel je niet meer, leerlingen moeten toepassingen maken en in de toepassingen de regels toepassen (en dat ze die niet meer leren als daar geen druk achter zit, dat telt niet) Na nog een aantal opmerkingen in de richting van de vaardigheden : en, mevrouw, nog een bemerking of vraag ? Ik kon het niet laten te verwijzen naar de onlogische 40/60; het antwoord was : u moet de vaardigheden strenger evalueren,de lat hoger leggen, zo lijken de punten realistischer , je moet opbouwen door de jaren heen en de lat telkens hoger leggen. Kun je het naar leerlingen en ouders verantwoorden dat ze gebuisd zijn op de vaardigheden ? Tot zo ver enkele bemerkingen van iemand die al jaren in de praktijk staat i.v.m. de bureaucratie in Brussel. Hilde Detavernier

*Ik kan je niet genoeg zeggen, hoe motiverend dit bericht bij mij werkt en hoezeer ik jouw initiatief toejuich èn ondersteun. Als leraar Nederlands-Duits strijd ik al meer dan 30 jaar tegen de infantilisering van ons onderwijs. Elk jaar opnieuw zie ik hoe ( gemotiveerde en intelligente ) leerlingen er niet meer in slagen om een correcte zin te bouwen, de basiskennis van spraakkunst ontberen en bij wie elk historisch en cultureel besef zoek is. Het vreemdetalenonderwijs ( in mijn geval Duits) is gereduceerd tot het niveau van “ Hoe leer ik in 6 lessen Italiaans, Duits, Turks enz ? De enige vraag die men nog moet beantwoorden is Wieviel kostet eine Pizza und ich mag Spaghetti…. Ik erger er mij gewoon dood aan en ik heb al dikwijls – umsonst – geprobeerd om te achterhalen welke bedoelingen men daarmee heeft. Wie daartegen protesteert is immers “burned out”, een “kantieke schoolmeester” of een elitaire bourgeois. Van pedagogen of zogezegde adviseurs of ander “ verlichte onderwijsgeesten” moet je al lang geen heil meer verwachte : ofwel praten ze gewoon hun overheden naar de mond, ofwel (jammer dat ik het moet zeggen) is hun kennis “aangepast “ aan het huidige niveau. Iemand vertelde mij onlangs dat een stagiair-onderwijzeres 9 d/t fouten had geschreven in haar voorbereidingen en toen de begeleidende onderwijzer de pedagoog daarop wees, lachte zij dat weg met: “ en vindt u dat belangrijk?” Na al die jaren piekeren (ik voel me echt in mijn diepste wezen als leraar aangetast) , doet het me nu oneindig goed, dat er eindelijk wat op gang komt. Wij hoeven dit niet langer meer te verdragen en we hebben voldoende argumenten om die zogezegde democratische vernieuwers lik op stuk te geven. Ik hoop vurig, dat jouw beweging heel wat mensen uit hun lethargie zal wekken en dat je erin zal slagen om het tij te keren. Het ongenoegen is immers heel groot en onze Vlaamse jongeren verdienen het om niet als debielen door het leven te moeten gaan of om later allerlei bijcursussen te moeten volgen, doordat ze de basiskennis ( waarop ze recht hebben) door een foutief onderwijsbeleid
hebben moeten ontberen. Willy Vandenplassche, Kon. Atheneum Veurne
*Ik dacht echt dat ik een ouwe sok geworden was...omdat ik me steeds weer ergerde aan de evolutie van ‘het onderwijs’. Oef gelukkig zijn er nog onderwijsmensen met het hart op de juiste plaats, het verstand waar het moet en beide voeten op de grond. Oef, oef. Misschien schijnt de aanspreektitel wel wat academisch en gedemodeerd maar u is een "heer" en u geniet mijn grootste "achting".
Als u me toelaat ter inlichting: ik ben er 73. Twintig jaar heb ik het beste van mezelf gegeven in het lager onderwijs en wees gerust, wij hebben (collega's en ik erbij) hard gewerkt met een zeer gemotiveerde directeur als mentor en stuwende kracht. Het was een heerlijke tijd in deze gemeentelijke school gesteund door een zeer positief gemeentebestuur. We hadden het leerprogramma van het ministerie en daarbij experimenteerden we ook in zoverre het programma het toeliet. Natuurlijk was kennisverwerven zeer belangrijk, de basic zou ik zeggen. De methodiek hadden we in de normaalschool geleerd en die werd ieder jaar bijgeschaafd in vergaderingen, pedagogische dagen en studiedagen (tijdens de vakanties).Didactisch was de ‘stencilmachine’ een uitstekend hulpmiddel, we waren ook uitstekende ‘klusjesmannen’ voor didactisch materiaal (zelfs onze echtgenotes werden ervoor ingeschakeld). Enfin kortom, we waren stielmannen, vakmensen, die hun vak hadden geleerd in een vakschool voor het onderwijs: de normaalschool! We waren zeker gericht op presteren, maar onze klassen waren smetkroezen:van arm tot rijk, van "dom?" tot slim, maar die slimmen moesten degenen die het niet direct begrepen of konden, bijstaan. Enigen gingen zelfs zover 's avonds bij hen thuis het "domme" kameraadje te gaan helpen. Wij mikten op het welzijn in onze klasjes. Na 20 jaar hield ik het voor bekeken, ik was ‘schoolmoe’ geworden, misschien opgebrand, wie zal het zeggen. Maar ik kon tevreden terugblikken, fier. Ik meende dat ik genoeg had geleverd aan onze scholenmaatschappij. Ik ben wat anders begonnen. Als ik nu het schoolgedoe bekijk, het 'doe maar', de wanorde, het gebrek aan respect (tucht), het ontbreken van gedragsregels, het maar aanmodderen, leerproject en sociaal project dan begrijpt u waarschijnlijk dat mijn hart bloedt. Na al die jaren zie ik soms al eens een of ander oud-collega terug, gepensioneerd en in verwarring meestal gedegouteerd. Hebben we voor dit "resultaat" zo hard gewrocht? Spijtig genoeg is het elders in Europa niet beter. Het artikel in de krant gaat zeker naar de leerkrachten hier ter plaatse. Misschien worden ze wel wakker.... Marcel Tack

*Iemand moet natuurlijk wel duidelijk laten blijken dat er een probleem is met het onderwijs. Ik weet niet of u de vele opleidingen over vaardigheidsgericht onderwijs kent dan wel de reactie in Nederland van de club rond Ad Verbrugge die pleit voor beter leren in Nederland. Uit dat alles leid ik af dat de kloof tussen onderwijsmensen, leraars (m/v) dus, en een groeiende groep mensen die zich naar het woord van Multatuli graag als specialiteiten voorstellen. Uiteraard is dit een zaak voor leerkrachten om aan hun "pedagogische overheid" te laten weten dat er grenzen bereikt, zelfs overschreden zijn. Maar misschien kent u ook ten voeten uit het verhaal van de politici over Lissabon, innovatie en creativiteit. Ook een socioloog als Richard Sennett "Respect" klaagt over het feit dat jongeren met vaardigheden, met ‘Aptitudes’ worden platgeslagen maar steeds meer merken hoe leeg en schraal hun opleiding wel is. Om maar te zeggen dat ik dit initiatief graag zou steunen. Probleem is natuurlijk dat ik een politiek stempel draag. Maar misschien kan u eerlang tijd maken voor een gesprek over deze naar mijn inzicht prangende kwestie. Bart Haers

*Ik ben X en volg de initiatie bibliotheekkunde aan de VSPW bibliotheekschool in Gent. Aan de bibliotheekschool in Gent is het ook zo dat er aan parate kennis en algemene vorming geen enkel belang gehecht wordt. We leren alleen nog onze bronnen gebruiken. Dat zijn dan naslagwerken in boekvorm of elektronische databanken. Als er dan een fout staat in één van die bronnen, is geen enkele cursist in staat om die te ontdekken door gebrek aan algemene kennis. Mijn medecursisten zijn niet in staat om de kwaliteit van bronnen kritisch te beoordelen. Als ik een fout in een bron verbeter, wordt dat niet belangrijk gevonden. Mijn medecursisten zijn niet in staat om zelfstandig te denken. Ze nemen kritiekloos over wat er in hun bronnen staat.

*Ik ben leraar Nederlands en sta - net als u - al geruime tijd voor de klas. Al jaren erger ik mij aan het bedroevend gebrek aan (basis)kennis van mijn leerlingen. Tijdens de klassikale verbetering van schrijfoefeningen krijg ik bijvoorbeeld niet meer uitgelegd waarom een bepaalde zin fout is of aan welke (grammaticale) regels een goede zin beantwoordt. De overgrote meerderheid van mijn leerlingen beschikt niet over het essentiële instrumentarium om een aanvaardbare tekst te schrijven. Met hun spreekvaardigheid is het al even lamentabel gesteld. Bovendien kun je nog nauwelijks een gesprek voeren of een tekst lezen over onderwerpen die het 'Flairniveau' overstijgen, want die vergen kennis van geschiedenis of aardrijkskunde...

*Ik geef les aan ASO-leerlingen van de tweede en derde graad! Jaren geleden, nog voor de 'uitvinding' van pedagogische adviseurs, kreeg ik van mijn inspectrice Nederlands te horen dat ik voortaan alleen nog onderwerpen uit de leefwereld van mijn leerlingen mocht behandelen, lees: artikels uit jongerenblaadjes als 'Joepie'. Sindsdien is de toestand er niet op verbeterd, wel integendeel. Het erg(erlijk)ste is dat de sociaal zwakkere leerlingen de grootste slachtoffers zijn van het taboe op kennis. U merkt het, ik ben, zoals vele van mijn niet meer zo jonge collega's, in de loop der jaren behoorlijk gefrustreerd geraakt en vooral heel boos geworden op diegenen die 'het beste onderwijs van de wereld' om zeep aan het helpen zijn (of om zeep geholpen hebben?) Daarom ben ik blij dat u de knuppel in het hoenderhok hebt gegooid en wil ik me graag engageren om actie te voeren voor onderwijs waarin kennisverwerving weer aan bod komt.Uiteraard had ik graag uw volledige oproep gelezen. Kunt u het mij toesturen (via e-mail) of mij laten weten waar ik het kan krijgen? I
Jan Van Remoortere, Oostende

*Grammatica is belangrijk. Ik ben leraar Duits en ook daar hebben we al jaren af te rekenen met de nieuwe opvattingen over taalonderwijs, die funest blijken te zijn voor de taalbeheersing van de leerlingen. Veel moed! Hopelijk beginnen al die genieën “aan de top” eens in te zien dat het zo niet verder kan. Wij, leraars, weten allemaal dat het zonder duidelijke regelomschrijving, memoriseren van woorden, frases, uitdrukkingen, hoofdtijden… het doodgewoon onmogelijk is om een vreemde taal te leren. Bovendien zijn goed gestructureerde en regelmatige herhaalde oefeningen noodzakelijk. Het klinkt natuurlijk allemaal erg saai, maar wie denkt dat leren een pretje is, die dwaalt. Met hartelijke groeten, Mark Vertommen.

*Fantastisch uw actie voor meer kennisgericht onderwijs. Ik ben leraar geweest (33 jaar dienst) en moest stoppen vanwege een stemprobleem. Begin jaren negentig was communicatief onderwijs het toverwoord. Ik gaf Engels en spraakkunstregels uitleggen was ineens niet meer belangrijk. Al pratend zouden de leerlingen wel het hoe en waarom ontdekken. Ik heb die methode geprobeerd en braaf alle vaardigheden in elke les gestopt. Ik ben na een jaar teruggevallen op de klassieke methode: eerst kennis en dan vaardigheden. Ik had geluk dat ik nooit inspectie heb gehad (tot aan de doorlichting, maar dat was geen inspectie Talen). Niemand heeft me ooit terecht gewezen dat ik verkeerd bezig was. Ik stond in een concentratieschool en leerlingen hadden daar echt behoefte aan duidelijke grammaticale regels. Nog veel succes met uw actie! Ronald Verheyen

*Ik weet niet wie u bent en welke visie u verder heeft over onderwijs en samenleving, maar uw standpunten die ik vandaag gelezen heb in de Morgen, stroken volledig met mijn ervaring als leraar PAV en zedenleer. Het wordt inderdaad tijd dat er aan de alarmbel getrokken wordt. Wanneer de katholieke kerk in de 19de eeuw de mensen dom hield en de patroons ze arm, kunnen we vandaag kerk gerust vervangen door school. Voornamelijk in BSO met het wegvallen van specifieke algemene vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde etc., en het invoeren van het exclusief op vaardigheden gerichte PAV, zet deze trend zich door. Maar de realiteit is dat iemand zonder voldoende algemene kennis, niet in staat is om de nodige informatie op te zoeken op het internet, omdat daar van alles opstaat en dat voldoende algemene kennis vereist is om die verschillende bronnen naar waarde te schatten en de informatie te begrijpen. Vaardigheden en kennis vormen eigenlijk één geheel. Je hebt kennis nodig om vaardig te zijn, je hebt vaardigheden nodig om kennis te verwerven. Goed onderwijs streeft naar een zekere balans tussen die twee. De meeste van mijn collega's maken die analyse al jaren en toch doen leerplannen, pedagogische begeleiders, ministers en rapporten (vb. Accent op talent) gewoon verder alsof dit niet zo zou zijn. Dit is m.i. een symptoom van bureaucratisering en een gebrek aan democratie binnen het onderwijs. Ik hoop dat u ook deze dieperliggende kwaal durft te benoemen en bekritiseren. Kristof Bruyland, leraar KTA Kortrijk

*U hebt volkomen mijn steun. Ook in de lagere school merken wij hoe het peil van de leerlingen met de jaren achteruit gaat. Zeker op het vlak van de Nederlandse spraakkunst probeer ik mijn leerlingen wat meer mee te geven dan wat het leerplan voorschrijft. Het leerplan Nederlands moet, vind ik, grondig herzien worden in de zin van 'terug naar hoe het vroeger was'. Hoe kan ik in hemelsnaam het persoonlijk voornaamwoord in de Franse les gebruiken als ze het in het Nederlands nog niet kennen.
Onderwerp + werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde. Zelfst. naamwoord + werkwoord + lidwoord + bijvoeglijk naamwoord. En dat is het dan voor de spraakkunst in de lagere school. Schandalig toch! Leerstof kennen: neen. Kunnen opzoeken: volstaat. Binnen enkele jaren stap ik bij de dokter binnen. Op mijn vraag wat er met mij aan de hand is, antwoordt hij/zij: "Geen idee, maar ik zoek het tegen morgen wel even op." Daar zet je toch geen voet meer binnen!
Van mijn man moet ik het volgende meedelen: hij vindt dat er iets moet gedaan worden aan de laksheid van sommige directeuren die alles klakkeloos slikken wat hen van hogerhand opgedragen wordt en dit dan doorspelen aan hun leerkrachten. Ikzelf wil daaraan toevoegen dat iedereen die denkt het beter te weten en het onderwijs te kunnen regelen, verplicht moet worden jaarlijks een maand voor de klas te staan. Op die manier blijven ze misschien met hun beide voeten op de grond en denken ze twee keer na vooraleer een zoveelste vernieuwing door te voeren die achteraf alles behalve een verbetering blijkt. Wij hinken 10 jaar achterop, beweert prof. Decoo (volgens de krant). Is zo! Waarom beginnen we in België met 'vernieuwingen' die men in het buitenland terug afschaft omdat ze niet blijken te werken. In Klasse lees ik vaak hoe tevreden 'de Vlaamse leerkrachten' wel zijn. Ik vraag mij dan steeds af waar ze die tevreden, immer gemotiveerde leerkrachten gevonden hebben, want in mijn kennissenkring ken ik er niet één. Ik hoop dat door uw actie er eens een grondige schoonmaak gehouden wordt in onderwijsland. Vriendelijke groeten, een leerkracht die haar leerlingen iets wil léren i.p.v. bezig te houden. Hilde Jacobs, Bouwel

* Uw actie hieromtrent is dringend nodig en absoluut nuttig. Wij hebben zelf 4 kinderen (2 is ASO onderwijs, 2 in hoger onderwijs) en stammen uit de post mei '68 periode.Uiteraard waarderen we enorm de bevrijding die losbarstte met deze periode, maar deze periode is gevolgd door afstand van de kennis en steeds meer nadruk op het begrijpend karakter van de leerstof. Dit met als gevolg dat kinderen met een modale intelligentie niet genoeg kennis hebben en vooral geen werkattitude hebben om hoger onderwijs vlot aan te kunnen. Zij zijn als atleten die niet genoeg getraind hebben voor de Olympische Spelen. Het wordt tijd dat voor een stuk teruggekeerd wordt naar het aanleren van kennis en naar het aanleren van een werkattitude. Velen zullen hier wel bij varen. De toppers hebben hier niet zo'n baat bij. Deze trekken hun plan wel. Dit moest ik even van me afschrijven! Guy Bylemans

*Eindelijk een moedige initiatief om de zogenaamde "vernieuwers" in het onderwijs terecht even publiekelijk tegen de haren in te strijken. Volledig eens met de stelling dat een goede vorming gedragen wordt door een voldoende vorm aan basiskennis. Misschien kan bij deze ook eens een boompje opgezet worden over het in het BSO alles op een hoopje gooiende PAV. Niet overtuigd van de hedendaagse trends van "vernieuwing om de vernieuwing" partisaan voor een terugkeer naar onderwijsvormen en "vernieuwingen" met een voldoende maatschappelijk draagvlak. D. Vandekerckhove.

*Het is niet meer onmiddellijk mijn probleem (iets meer dan een jaar met pensioen na 38 jaar Nederlands/Engels in het secundair onderwijs) maar ik ben het volmondig met u eens. Kennisverloedering. Zelf ben ik altijd blijven vasthouden aan een stevige grammaticale basis (soms schuldgevoel gehad bij een pure grammaticales - is dit normaal??), maar ik heb ook noodgedwongen proefjes luisterlezen, begrijpend lezen etc afgenomen (de punten "vaardigheden" krijgen een aparte vermelding op het rapport, nietwaar?) en soms met lede ogen behoorlijke cijfers gezien die duidelijk niet het resultaat waren van de kenniscomponent. Freddy Rottey, Tielt.

*U heeft gelijk! Bedankt, of proficiat, dat u de moed heeft om dit inzicht te delen in de hoop er iets aan kunnen doen. En ik hoop van harte dat u erin zal slagen. Ikzelf ben nog niet eens zo lang 'kind af', 20 jaar nu en - vanzelfsprekend - student! Met veel plezier heb ik mijn lagere en middelbare schooltijd doorgemaakt, niet alleen op de speelplaats en in de sporthal maar zeer zeker ook 'saai' zittend op een bankje, luisterend naar een 'droge' leerkracht Latijn of Fysica. Dat die leerkracht me dan nog 's avonds van extra bezigheden (zoals vb. het van buiten leren van Vergilius-fragmenten - die ik hopelijk nog lang mag onthouden) voorzag, heb ik zelden als een straf of een onmogelijke opdracht ervaren. Als student mag ik dus zeker beweren (het werkt niet alleen in retrospect!!): studeren is geen ramp!
Op dit moment zit ik in het 3de jaar conservatorium en het 2de jaar wijsbegeerte. Nu komt alle opgedane kennis geweldig van pas; geschiedenis en klassieke talen maar ook Frans en Engels en zelfs fysica en wiskunde heb ik vrij regelmatig nodig. Misschien was het studeren van al die 'losse' gegevens op het moment zelf niet altijd op het eerste gezicht nuttig, maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik er op een of andere manier wel degelijk iets mee zou zijn (hoewel de eerlijkheid me gebiedt om toe te geven dat ik natuurlijk ook ooit huistaakjes heb overgeschreven van een klasgenoot). Volgens mij schuilt daar precies een deel van de oplossing: als je ervan overtuigd bent, dat het nút heeft, wat je aan het doen bent, is het meteen al minder vreselijk. Maar mijns inziens wordt schoolwerk in de ervaring van kinderen slechts zelden als nuttig beschouwd. En dan verliest men zijn motivatie, en daarop zegt men dan: de leerstof is te saai, we moeten het levendiger en minder theoretisch maken. Een te gemakkelijke reactie; het ligt immers niet aan de leerstof dat leerlingen niet graag naar school gaan... maar als men nu eens trachtte iets aan deze beeldvorming te doen? Kinderen ervan overtuigen dat het een voorrecht is om onderwijs te krijgen en dat wat ze vandaag leren morgen wél van pas komt? Mijn ouders hebben me dat altijd voorgeschoteld, en ze hielden goed in de gaten dat ik eigenlijk geen alternatief kon bedenken. Naar school gaan werd als vanzelfsprekend leuk voorgesteld, en zo ben ik het blijven zien. Katrien Van kerkhoven

*Proficiat met je actie voor meer kennisoverdracht in het onderwijs! Eindelijk eens iemand die de koe bij de horens vat en de wereldvreemde "pedagoochelaars" op hun nummer zet. Ik heb 35 jaar graag Nederlands, Engels en Duits gegeven, maar vooral vanaf de verplichte verdeelsleutel 40% kennis en 60% vaardigheden begon ik mij te ergeren aan deze "vernieuwingen". Leerlingen deden minder inspanningen om een taal ook grammaticaal onder de knie te krijgen: ze wisten al snel dat je met zoveel vaardigheden toch niet kon mislukken. Zelf heb ik nu al enkele jaren avondles Spaans en Italiaans achter de rug en inderdaad: ook mijn medeleerlingen smeken de leraar om structuur, regeltjes en overzichten. Ik hoop dat je actie de onderwijsverantwoordelijken zal doen inzien dat je eerst een degelijke basiskennis moet verwerven vooraleer je tot enige vaardigheid kunt komen. Raf

*Proficiat met uw initiatief om het één en ander aan de kaak te stellen in het huidig onderwijssysteem.
Wij hebben de onderwijscarrière van onze dochter nauwlettend gevolgd en ik moet zeggen dat ik alles behalve tevreden ben van de manier waarop jonge mensen nu worden onderricht, begeleid en voorbereid op het latere leven. Als licentiate tolk kon ik er gewoon niet bij hoe weinig aandacht wordt besteed aan grammatica. Spreekvaardigheid is immers maar mogelijk als er een goede basiskennis van de spraakkunst is en een woordenschat van een paar duizend woorden . Het schrijven in de vreemde taal is jarenlang verwaarloosd en het kwam er blijkbaar hoofdzakelijk op neer dat de leerlingen zich verstaanbaar konden maken in de vreemde taal. Gelukkig heeft onze dochter voor Latijn (en 4 jaar Grieks) gekozen zodat zij toch voldoende inzicht heeft in de structuur van een taal Wat wiskunde en wetenschappen betreft dat niveau is helemaal bedroevend. Als ik al eens voorzichtig een opmerking durfde te maken op een oudercontact of een CLB-onderhoud dan werd ik net niet uitgelachen of men vond mij veel te streng en de tijden waren veranderd. Het woord 'vaardigheden' nemen zij te pas en te onpas in de mond als ik het had over 'kennis verwerven'. , Marlene BRAMS, Boechout

*Misschien is het voor u ook eens belangrijk om de mening van een ouder te lezen; Ik wil mijn kinderen een degelijke, beleefde en rijke opvoeding bieden. In de hedendaagse maatschappij is dat niet meer zo gemakkelijk. Ik liet mijn dochter met opzet onderwijs volgen in een school met ‘naam’ en ik bracht daarvoor veel tijd door in de wagen om haar elke dag naar die ‘verre’ school te brengen. Als ik echter bekijk wat de leerlingen in de klas doen, stel ik vast dat deze nuttige tijd sterk ingeperkt wordt. De scholen wijken te veel af van de eindtermen en leerplannen, door 1001 futiliteiten. De leerlingen hebben dan bijvoorbeeld bijles nodig voor Frans. In het 6 de leerjaar werd de juf van mijn dochter ziek in januari. Ze hebben haar afwezigheid ingevuld door: *af en toe een dagje de directeur die voor hen zorgde, *met regelmaat een leerkracht van een vierde leerjaar die kwam, *3 stagiairs die elkaar afwisselden, waarvan de ene meer zin had dan de andere, *onverwachte en onvoorziene uitstappen waarbij de vrouw van de directeur de kinderen begeleidde. De afwezigheid heeft geduurd tot het einde van het schooljaar. De kinderen stonden onbeschrijfbaar achter in de leerstof, maar konden wel zeer goed ruzie maken. Ik heb de leerstof van bepaalde vakken van het zesde leerjaar in de grote vakantie volledig doorgenomen, privé leraars erbij gehaald die hun ogen niet konden geloven. Mijn dochter zat op een niveau halfweg 5de leerjaar! Dat terwijl ze een perfect geslaagd schoolrapport had van een 6e leerjaar. . Ik weet dus perfect wat U dwars zit maar de scholen zelf liggen mede aan de basis van het probleem. Ze zijn te los. Alles mag, niets moet. Ik wil voor mijn dochter geen diploma vol met leugens, waarop staat dat ze leerstof kent, tot men die in de praktijk eens opvraagt. Op het einde van het schooljaar zijn ze mild en vriendelijk, om de kinderen te laten slagen. Anders zou de schande te groot zijn. Wij als ouders hebben daar niets aan.

Ik stelde ook veel geroddel en geruzie tussen de leerlingen vast. Mijn dochter mag dan al beleefd en voornaam naar de school vertrekken, de klasgenoten zijn heel vaak de aanzet tot brutaal gedrag. Vroeger kon men rekenen op strenge en degelijke scholen, maar op vandaag hebben ze nog één doel: zo veel mogelijk kinderen hebben en houden. De brave en beleefde worden gepest en geschopt. Mijn dochter is verschillende keren huilend thuisgekomen. Er was ook een meisje in haar klas die nogal rijk was aan fantasie. Met de wildste verhalen kwam mijn dochter thuis. Uiteraard kopieerde ze hetzelfde taalgebruik. Het ging van kwaad naar erger! Bij problemen mag men de school verwittigen, wat ik ook deed, maar helaas …Het meisje was in de vorige school eruit gegooid, en de schooldirecteur wou het kind de kans geven te verbeteren. Carine B.