U bevindt zich hier:

Proefdruk manifest

Ontscholing

Oproep Marc Hullebus

Indicatoren

Prof. Jaap Dronkers

Ontscholingsdiscours

Getuigenissen

Enkele reacties

Minister Vandenbroucke

Debat in 'KLASSE'

Ontscholer Laevers

Reactie van neerlandici

Talenplan

Nederlands Planbureau

Prof. Wim Rietdijk

Karl Dittrich

Minimale leiding

Telling lessons

Beter Onderwijs Nederland

Franse Refondation-ecole

Laevers & CEGO

Oproep politici

Taaldossiers onderwijskrant

O-zonberichten

Inclusie-petitie

O-zon manifest

Onderwijskrant 151

Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Contact

Colofon

Accreditatie-voorzitter Karl Dittrich: kritiek op studentgestuurd onderwijs, kennisniveau studenten & en vernieuwingsdruk

Inleiding

In een toespraak op de HBO-raad van 30 maart 2006 te Sint Michielsgestel sprak de voorzitter van het NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatie-Organisatie) zich heel kritisch uit over een aantal hervormingen binnen het Nederlandse hoger onderwijs. Het modieuze studentgestuurd onderwijs, het competentiedenken, de verwaarlozing van de vakkennis, de ondoorzichtigheid van de post-Bologna-opleidingen… kregen veel kritiek te verduren. Op basis van zijn ervaring als NVAO-voorzitter en als professor stelt Dittrich heel wat kritische vragen over modieuze hervormingen binnen de hogescholen en over de visie van minister Rutte. De kritiek van Dittrich komt wonderwel overeen met deze die Onderwijskrant sinds 1994 formuleerde.

De kritiek van Dittrich verrast ons een beetje, althans op het eerste gezicht. In zijn vorig leven was Dittrich verbonden aan de universiteit Maastricht waar het probleemgestuurd onderwijs (PGO) verheerlijkt werd. Hij was er docent en bestuurder gedurende 20 jaar en heeft dus een en ander van nabij meegemaakt. Als Dittrich nu met zijn kritiek naar buiten komt dan is dit mede het gevolg van de kritiek op de gebrekkige werking van de NVAO. De kritiek luidt dat bij de accreditatie vooral gekeken wordt naar de vorm en amper naar de inhoud. Het niveau van de overdracht van kennis wordt niet echt meegewogen. Men kijkt vooral naar het mooi geformuleerde pedagogisch project van de school en of daar in de praktijk iets van te merken valt. Als een opleiding bijvoorbeeld pretendeert dat ze ‘probleemgestuurd’ of ‘competentiegericht’ onderwijs’ biedt, dan kijkt men of dat in de praktijk ook gebeurt. In de door het NVAO vooropgestelde criteria voor het opstellen van het zelfevaluatierapport klinkt overigens het modieuze competentiedenken sterk door. Enzovoort. Dittrich heeft nu blijkbaar die kritiek ter harte genomen. We citeren nu even uit zijn recente toespraak.

2 Zichzelf sturende student?

“In de HEO-nota over de hervormingen in het hoger onderwijs staat beschreven dat aan de student een behoorlijk grote verantwoordelijkheid wordt gegeven. “Het domein en de opleidingen gaan ervan uit dat de studie dient om competenties te ontwikkelen: een integratie van kennis, vaardigheden en houding die vooral is te verwerven door in de studie te werken aan producten die ontleend zijn aan de beroepspraktijk”. Daaropvolgend staat: “Het ontwikkelen van competenties legt een aanzienlijke mate van eigen verantwoordelijkheid bij de student”. Maar wordt de student niet veel te veel beschouwd als een rationele actor, die op zoek is naar wat voor hem of haar de juiste leerroute is? Dat beeld dat in de hand wordt gewerkt door concepten als leerrechten in een rugzakje strookt maar zeer ten dele met de werkelijkheid. Uit de laatste studentenmonitor blijkt immers maar zeer weinig aanwezig van weloverwogen keuzes en rationeel gedrag. Integendeel zelfs, slechts met moeite lijkt zo’n 22% van de hogeschoolstudenten te voldoen aan Mark Rutte’s beeld van Begeisterung en dat beeld wordt dan nog sterk beïnvloed door de kunststudenten en de VWO-ers die hogeschoolopleidingen volgen en die dus niet voor doorstroming naar de universiteit hebben gekozen.

De student wordt in steeds meer opleidingen geacht competentiegericht te werken, met een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (de POP), een Persoonlijk Actieplan (PAP), portfolio’s en zijn/haar eigen studieprogramma en leeractiviteiten samen te stellen. Kunnen 18 en 19- jarigen dat wel aan? En dan gaat het mij natuurlijk niet om de uitblinker, maar de gemiddelde student. Mij lijkt dat de student, die men ziet als vrager naar onderwijs en als zelfstandig lerende, heel goed begeleid moet worden om die zelfstandigheid en vraagarticulatie te leren, om een consistent opleidingspakket te vormen en het beoogde niveau te behalen. Ik ben ook heel ‘kritisch’ over de uitspraken omtrent de moderne en zappende hbo-student waar Wim Veen straks met u over zal gaan spreken.”

3 Ervaringen met PGO

“Ik ben geen tegenstander van onderwijsvernieuwing. Ik heb niet voor niets 20 jaar aan de Universiteit Maastricht gewerkt, als docent en als bestuurder …. Drie punten zijn mij bijgebleven uit mijn ervaringen met PGO:
- PGO is duurder dan een traditionele onderwijsvorm.
- Een grote zelfstandigheid van studenten maakt een stelsel van checks and balances vanwege calculerend gedrag van studenten, zeer nodig!

-Bovendien is niet de student verantwoordelijk voor zijn diploma, maar de instelling en de opleiding! Studievoortgang en kennisontwikkeling dienen dan ook getoetst te worden om uiteindelijk te constateren dat aan het internationaal en nationaal aanvaardbare niveau van bachelor of master wordt voldaan.

Ik denk dat onderwijsvernieuwing altijd duurder is en ik ben ook buitengewoon kritisch als wordt geconstateerd dat invoering van een nieuw onderwijskundig concept gepaard gaat met bezuinigingen! Als men dat laatste wil moet het gewoon gezegd worden.”

4 Verwaarlozing van vakkennis

“Er is sprake van een recente ‘restauratie’-beweging in de samenleving. Kennis wordt niet langer gezien als een van de samenstellende delen van competenties, maar als een noodzakelijke voorwaarde en als de belangrijkste voorwaarde daarvoor. Waarschijnlijk zult u dat ook niet willen ontkennen, maar waarom wordt het dan in de HEO-tekst en elders zo slecht uitgelegd? De kritiek op het niveau van de PABO-abituriënten (normaalschoolstudenten) in Nederlands en rekenen, wordt weliswaar door sommige onderwijskundigen gebagatelliseerd, maar daar komt men niet meer mee weg. De maatschappelijke druk wordt daarvoor veel te groot!

Ik plaats in dit verband niet alleen kanttekeningen bij de student, maar ook bij de docent. Krijgen zij nog voldoende mogelijkheden om hun vakkennis en enthousiasme te etaleren? Worden hun capaciteiten op waarde geschat? Worden de docenten niet ondergeschikt gemaakt aan onderwijskundigen die paradigma’s bedenken waarvan zij denken dat die goed zijn?”

5 Gevaren competentiegericht denken

“In de nota “HEO domeinen en domeincompetenties” wordt gezegd dat de ontwikkeling van domeinen en erbij horende competenties vooral als een interne HBO-aangelegenheid is gestart, al sloot deze wel aan op de grote beleidsontwikkelingen voor de toekomst. Sleutelwoorden volgens de nota zijn:- vergroting van flexibiliteit in onderwijs en opleidingstrajecten;- verruiming van keuze voor majors en minors in brede bacheloropleidingen;- vereenvoudiging in regelgeving;- sneller inspelen op nieuwe ontwikkelingen in trajecten - meer transparantie in het aanbod van opleidingen voor werkveld en studenten.

Laat ik daar eens een aantal kritische sleutelwoorden tegenover zetten:
- minder transparantie;
- een overschatting van de capaciteiten en interesse van de gemiddelde student;
- onderwijsextensivering;
- lager niveau van kennis bij de afgestudeerden.

Bovendien ben ik van mening dat u alle doelen die u wilt bereiken ook zonder domeinen, domeincompetenties en alles wat daarbij hoort, had kunnen bereiken.”

6 Minder transparantie: ondoorzichtige opleidingen

De Bologna-hervorming gaf ook in Nederland aanleiding tot de oprichting en opsplitsing van allerhande nieuwe opties. Dit leidt tot een babylonische verwarring. De NVAO-voorzitter illustreerde en hekelde dit aan de hand van de sector economische studies. We gaan hier niet verder op in; ook in Vlaanderen was dit het geval.