U bevindt zich hier:

Proefdruk manifest

Ontscholing

Oproep Marc Hullebus

Indicatoren

Prof. Jaap Dronkers

Ontscholingsdiscours

Getuigenissen

Enkele reacties

Minister Vandenbroucke

Debat in 'KLASSE'

Ontscholer Laevers

Reactie van neerlandici

Talenplan

Nederlands Planbureau

Prof. Wim Rietdijk

Karl Dittrich

Minimale leiding

Telling lessons

Beter Onderwijs Nederland

Franse Refondation-ecole

Laevers & CEGO

Oproep politici

Taaldossiers onderwijskrant

O-zonberichten

Inclusie-petitie

O-zon manifest

Onderwijskrant 151

Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Contact

Colofon

Ontscholing en ont-intellectualisering bevorderen onmondigheid en zijn rechts-conservatief project

Raf Feys


1 Inleiding

Als reactie op onze bijdrage over ‘Ivan Illich en ontscholing’ in Onderwijskrant nr. 138 stuurde een lezer ons een bijdrage op uit de bundel ‘Steeds minder leren. De tragedie van de onderwijshervormingen’, Uitgeverij Ijzer. Het gaat om een artikel van dr. C.W. Rietdijk, wis- en natuurkundige, ex-docent in het voortgezet onderwijs en cultuurfilosoof. Lezer F.D. schrijft dat ook volgens Rietdijk de ontscholing of ont-intellectualisering van het onderwijs het centrale kenmerk is van veel onderwijshervormingen van de voorbije decennia en van ‘Het Nieuwe Leren’. Volgens Rietdijk leidt ont-intellectualisering ook tot onmondigheid en conformisme. Veel hervormingsprojecten van de voorbije decennia, het recente ‘Nieuwe Leren’ e.d. leid(d)en tot ont-intellectualisering en tot minder kritische en meer conformistische burgers. Ook de bureaucratisering van het onderwijs leidde/leidt tot conformistisch gedrag, zowel bij de leerkrachten als bij de leerlingen. Ontscholing en bureaucratisering zijn maatschappelijk gezien conservatieve projecten die de machtshebbers en het establishment in de kaart spelen, ook al kennen ze zichzelf vaak het etiket ‘progressief’ en ‘vernieuwend’ toe.

De cultuurfilosoof Rietdijk probeert het ontscholingsgebeuren te duiden vanuit een visie op evoluties binnen onze cultuur vóór, tijdens en na de Verlichting. We beperken ons hier tot het meer recente verleden. Centraal in veel onderwijshervormingen sinds 1965 staan volgens Rietdijk de ont-intellectualisering en bureaucratisering van het onderwijs. Binnen de al bijna veertig jaar durende ‘onderwijsstorm’ in een aantal Westerse landen doen zich een aantal ontwikkelingen voor die in algemene termen te omschrijven zijn als ontscholing en conformerende vermaatschappelijking. Deze evolutie sluit aan bij de tijdsgeest van commercialisering, bureaucratisering en consumptie (gerichtheid op het hier-en-nu en het incidentele).

Hierin past in feite de hele onderwijsontwikkeling: van minder lijn in de leerstof en lesmethoden, nadruk op vaardigheden en de inefficiëntie van zelf het wiel uitvinden (veel opzoeken en ‘zelf ontdekken’) tot aan Riesmans other-directedness. Ook past erin die soort vermaatschappelijking die bestaat uit bureaucratie en over-organisatie. Veel hervormingen eigenen zich het etiket progressief toe, maar zijn volgens Rietdijk in essentie rechts-conservatieve projecten. Deze typering komt ook vrij goed overeen met onze analyse van het ontscholingsproject van Ivan Illich in Onderwijskrant nr. 138. Ook wij bestempelden samen met emancipatorische onderwijskundigen als Lawton en Snyders ontscholing als een conservatief project dat vooral tot ontschoolde en minder kritische, mondige leerlingen leidt.

Als uitingen van de ont-intellectualisering, ont-systematisering en bureaucratisering verwijst Rietdijk o.a. naar volgende verschijnselen:Minder lijn en systeem in de meeste vakken in het voortgezet onderwijs (minder structuur en leerlijnen, minder grammatica, minder lijn in geschiedenis, minder deductie en systeem bij de exacte vakken, playing down van algemene ontwikkeling,…). Een minder gerichte aanpak in het basisonderwijs vast en een aansluiting bij de ‘beperkte’ en egocentrische leefwereld.Een verschuiving van het accent van de intellectuele dimensie naar vaardigheden en naar het sociale (de leerling en niet de leerinhoud staat centraal). Minder aandacht voor examens, cijfers, individuele prestaties.
Overaccentuering van het ‘sociale’ (gezamenlijke werkstukken maken, veel nadruk op group-mindedness en other-directed personality -cf. David Riesman in The Lonely Crowd).
Nadruk op ‘zelf ontdekken’ en ‘leren leren’ (minder klassikale lessen, zelfstudie in Studiehuis, projectonderwiijs). Het moeizaam zelf laten opzoeken van informatie i.p.v. deze in kernachtig-transparante en coherente leerboeken aan te bieden.
Streven naar zgn. gelijkheid en ‘gelijke resultaten’ leidt tot het willen werken met te heterogene groepen in het voortgezet onderwijs.
Schaalvergroting en bureaucratisering (groot aantal managers, veel vergaderen, bezig zijn met ‘structuren’ in plaats van welomlijnde leerstof,…)
Minder discipline en te weinig stilte in de klas (anti-autoritaire geest, groeiende consumptie en hier-en-nu-gerichtheid, toenemend geweld op school, veel groepswerk, …)
2 Culturele analyse van Rietdijk

Het ontscholingsproject waarin de ont-intellectualisering de centrale gedachte is, keert zich volgens Wim Rietdijk tegen een consequente doorvoering van de Verlichting en meer bepaald tegen de verhoging van de intellectuele kwaliteit en van de innerlijke onafhankelijkheid van het individu die daarbij centraal stonden.

De resultaten van dergelijke ontscholingsprojecten zijn volgens hem nog het meest zichtbaar binnen het oppervlakkige conformisme en de consumptiegerichtheid van de leerlingen in de Amerikaanse high-schools. De Amerikaanse tieners tonen zich de minst ontwikkelde mensensoort omdat zij zich voor niets anders interesseren dan wat van onmiddellijk belang is voor hun eigen leven. Maar ook in Nederland is deze trend al sterk aan het doordringen. Dit speelt uiteindelijk vooral in de kaart van de gevestigde belangen, van het establishment.

Volgens Wim Rietdijk blijven de vele kritische analyses van de verschijnselen van de ontscholing en bureaucratisering van het onderwijs vaak nog te oppervlakkig omdat er te weinig gewezen wordt op het verband met brede evoluties binnen cultuur en maatschappij. Om deze samenhang wel te zien moeten we wat dieper kijken dan naar de praktijk van alledag en de lawine van circulaires. De kritiek op veel hervormingen blijft volgens hem te oppervlakkig.

Rietdijk kadert de hervormingen van de voorbije decennia dus binnen de evoluties van onze cultuur.
Hij stelt o.a. dat de idealen van de Verlichting de voorbije decennia al te veel bekritiseerd en aangetast werden. Dit leidde al te vlug tot de conclusie dat de ‘Verlichting’ grotendeels mislukt is, dat ‘rede en wetenschap niet in staat zijn om grote levensvragen te beantwoorden’ en dat de samenleving toch onmaakbaar is. Rietdijk wijst in dit verband naar de nefaste invloed van een aantal anti-rationalistische filosofieën zoals het postmodernisme of het structuralisme à la Foucault (‘De rede kan geen aanspraak maken op superioriteit boven krankzinnigheid’) en het relativisme (waarheid en/of goed en kwaad bestaan niet objectief). Hij stelt ook dat de ondoorzichtige bureaucratie met zijn gecompliceerde regels en procedures aanstuurt op conformistisch gedrag, ook vanwege de leerkrachten.

Ont-intellectualisering en bureaucratisering passen volgens Rietdijk in een reeks anti-verlichte verschijnselen, in een soort contrarevolutie tegen de rationaliteit, die deels ook een tegenreactie vormt op de rationele maatschappijontwikkeling en op de reële vooruitgang van de voorbije eeuwen.”We zien een gepousseerde tendens weg van de rede en de kennis en in de richting van de zgn. sociale dimensie, the other-directedness en in de richting van het centraal stellen van ‘de mens in zijn relaties’ (Riesman).De bedoelde anti-verlichte reactie wenst geen rationeel-coherent systeem ook niet als kompas in het leven, maar in plaats daarvan optimale aanpassing, wendbaarheid en ‘meedoen’. We zien hier conformisme ten behoeve van de huidige gevestigde belangen via het diffuse other-directed-sociale. … De ont-intellectualisering tendeert er mede toe het geestelijk onafhankelijke individu en zijn coherente denkvermogen te veranderen in een sociaal radertje. … Het is een uitingsvorm van de huidige variant van anti-Verlichting en irrationele establishmentmacht, … een opvolger van de vroegere meer autoritaire ‘rechtse’ ideologie.

Als je (jonge) mensen geen wetenschappelijk-coherente kaders laat opbouwen als basis voor een rationele en kritische levensvisie, dan blijven hun niet veel andere over dan irrationele, en verder ‘de groep’, het hier en nu, het incidentele en de consumptie. Vandaar ook een algemene de-accentuering van nadenken, coherentie en discipline, en vervanging daarvan door het sociale – de mens, de relatie, de groep – als een soort geseculariseerde nieuwe religie. … Denk in dit verband ook aan de algemene schroom om substantiële taboes te schenden: ‘Wat zullen de anderen wel niet denken!’ “

Degenen die zich zorgen maken over de onderwijsevoluties van de voorbije veertig jaar, moeten meer aantonen dat veel vernieuwingen kaderen in een radicaal-rechts-conservatief project dat zich keert tegen de verhoging van de intellectuele kwaliteit en innerlijke onafhankelijkheid van het individu. Deze vernieuwingen spelen aldus ook in de kaart van de machtshebbers en van de vele managers en ‘deskundigen’ die voortdurend (onoplosbare) problemen zien of scheppen om werk te creëren voor zichzelf.